Het kalenderjaar 2026 heeft een kille, onweerlegbare waarheid blootgelegd voor de Nederlandse automobilist: de batterij-elektrische auto (BEV) heeft de prijzenoorlog en de infrastructuur-slag genadeloos gewonnen. Terwijl we langs de snelwegen overal ultra-snelladers zien verrijzen en vrachtwagenfabrikanten mondjesmaat overstappen op waterstof voor zwaar transport, is de droom van de waterstof-personenauto definitief uiteengespat. Toch prijkt hij nog altijd fier in de bestelboeken van de Japanse gigant: de Toyota Mirai. Geüpdatet met de nieuwste veiligheidssystemen, maar behept met een fundamenteel infrastructuurprobleem dat de auto in ons land de das omdoet. De Mirai is de automobiele equivalent van de Betamax-videorecorder geworden: de techniek is van een superieure en zeldzame schoonheid, maar het ecosysteem eromheen is failliet.
Tijdens onze uitgebreide testweek in en rond de Randstad drong de schizofrene aard van deze bolide zich genadeloos aan ons op. Toen ik achter het stuur zat van deze vijf meter lange Executive-uitvoering en fluisterstil over de A2 richting Utrecht zweefde, kon ik niets anders dan diep respect voelen voor de Japanse ingenieurs. Het comfort is van een buitenaards niveau, de afwerking wedijvert met de absolute top uit Duitsland en je laat letterlijk niets anders achter dan zuiver water. Maar zodra de actieradiusmeter onder de honderd kilometer duikt, slaat de paniek toe. Het zoeken naar een werkend 700-bar waterstofstation verandert een ontspannen rit in een logistieke nachtmerrie.
Wie koopt deze auto nog? De nieuwprijs van ruim € 71.500,- wordt momenteel louter betaald door PR-gedreven bedrijven die een groen statement willen forceren. Op de particuliere occasionmarkt is het een heel ander verhaal. Jonge, ex-lease Mirai’s duiken op AutoScout24.nl op voor fracties van hun nieuwprijs. De afschrijving is catastrofaal, waardoor het prijskaartje voor een tweedehands exemplaar plotseling verleidelijk laag lijkt. Maar laat je niet verblinden door die instapprijs; de Total Cost of Ownership (TCO) van deze rijdende chemische fabriek bevat een paar ijskoude addertjes onder het gras die je bankrekening meedogenloos zullen leegtrekken.
De brandstofcel ontleed: Briljante techniek in een afgesloten doos
Onder de gigantische motorkap van de Mirai vind je geen conventionele cilinders, maar de Fuel Cell Stack (brandstofcel). Dit is het kloppend hart van de auto. Het systeem trekt zuurstof van buitenaf aan via de massieve grille en perst dit samen met waterstofgas uit de tanks. De resulterende chemische reactie genereert elektriciteit en een beetje gedestilleerd water. Het is een volstrekt fascinerend proces dat de auto transformeert in een mini-energiecentrale op wielen.
De opslag van die waterstof is echter het eerste grote compromis. Het gas wordt onder een immense druk van 700 bar bewaard in drie separate tanks. Deze met koolstofvezel versterkte cilinders zijn in een T-vorm ondergebracht: eentje in lengterichting in de middentunnel, eentje dwars onder de achterbank en een kleinere onder de bagageruimte. Samen slikken ze 5,6 kilogram waterstof.
De geproduceerde stroom vloeit direct naar de elektromotor of wordt tijdelijk opgeslagen in een piepkleine lithium-ion batterij (afkomstig uit de Lexus LS) die net boven de elektromotor op de achteras is gemonteerd. Deze accu dient louter als buffer om remenergie te regenereren en de aandrijflijn van een extra stroomstoot te voorzien bij bruusk accelereren.
Motor | Vermogen | Transmissie | Bagageruimte | Praktijkverbruik |
Elektromotor (RWD) via Brandstofcel | 182 pk (134 kW) | 1-traps reductiebak | 321 liter | 1,1 kg H2 / 100 km |
Actieradius en aandrijflijn: Vliegend tapijt met een peperdure dorst
Zodra je de Mirai ‘start’, hoor je louter een zachte, elektronische groet en het verre gezoem van de compressoren die lucht aanzuigen. De elektromotor op de achteras levert 182 pk en 300 Nm koppel. In een wereld waar doorsnee elektrische lease-auto’s in vijf seconden naar de honderd sprinten, is de Mirai een onthaastende ervaring. De acceleratie van 0 naar 100 km/u neemt een lome 9,2 seconden in beslag. Met een leeggewicht van 1.900 kilogram is hij simpelweg niet gebouwd voor stoplichtsprintjes. De krachtopbouw is wel boterzacht en uiterst lineair, exact wat je verwacht van een luxe reiswagen.
Tijdens onze testritten lag de focus nadrukkelijk op het verbruik. Toyota belooft een theoretische WLTP-actieradius van 650 kilometer, maar de realiteit hakt die claim onherroepelijk doormidden. Op de A4, rijdend met de toegestane 100 km/u en met de klimaatcontrole op 21 graden, stabiliseerde ons verbruik zich op 1,1 kilogram waterstof per 100 kilometer. In theorie geeft dat de auto een werkbare actieradius van om en nabij de 500 kilometer in de zomer. Zodra de wintermaanden intreden en de kachel harder moet werken, slinkt dit bereik pijlsnel naar zo’n 420 kilometer.
Het grootste pijnpunt openbaart zich wanneer de tanks leeg raken. Het tanken zélf duurt hooguit vijf minuten – wat een onmiskenbaar voordeel is ten opzichte van een BEV aan een snellader. Maar de ‘range anxiety’ is in 2026 bij een waterstofauto vele malen groter dan bij een stekker-auto. Nederland telt slechts een handjevol operationele vulpunten. Sta je in Utrecht en is het station in Nieuwegein in storing (wat angstaanjagend vaak voorkomt), dan moet je omrijden naar Arnhem. Die afhankelijkheid van een extreem kwetsbare en kleine infrastructuur maakt elke lange rit tot een stressvolle onderneming.
Onderstel, Wielen en Comfort: Lexus-genen in een waterstofjas
De ingenieurs in Japan hebben de Mirai gebouwd op het modulaire GA-L platform, exact dezelfde architectuur die de basis vormt voor het vlaggenschip van Lexus, de LS. En dat voel je in elke vezel van de auto. Het onderstel is voorzien van multilink-wielophanging rondom, gecombineerd met passieve dempers die fabelachtig goed zijn afgestemd op het forse gewicht van de wagen.
Op de openbare weg vertaalt dit zich in een ongeëvenaard comfort. De beruchte, scherpe drempels in de Nederlandse 30 km/u-zones worden door de zware koets en de lange wielbasis met een statige, doffe zucht weggewerkt. Van nadeinen is geen sprake, maar de auto helt in scherpe bochten wel merkbaar over. Je voelt constant de massa die je meesleept. Wat direct opviel toen we de auto door smalle grachten in Amsterdam stuurden, is de verrassend kleine draaicirkel. Dankzij de achterwielaandrijving kunnen de voorwielen extreem ver uitslaan, wat het manoeuvreren in de stad aanzienlijk vergemakkelijkt.
De geluidsisolatie grenst aan het perfecte. Doordat het kenmerkende gezoem van een accupakket ontbreekt en de brandstofcel zijn werk vrijwel onhoorbaar doet, is de cabine een oase van rust. Zelfs op grove kasseien of slecht onderhouden asfalt blijft rolgeluid beperkt tot een absoluut minimum. Dit is een auto waarmee je moeiteloos in één ruk naar Zuid-Frankrijk zou willen rijden – mits daar waterstof te krijgen was.
Interieur en bruikbaarheid: De ruimtelijke tragedie van de T-vorm
Waar het platform garant staat voor comfort, zorgt het tegelijkertijd voor een dramatische inbreuk op de interieurruimte. Vanaf het moment dat je de zware portieren openslaat, zie je de concessies. De stoelen voorin zijn fabelachtig; ze zijn breed, met geperforeerd leer bekleed, uitgebreid elektrisch verstelbaar en voorzien van zowel verwarming als ventilatie. De fysieke knoppen voor de klimaatcontrole zijn bewaard gebleven, wat de ergonomie tijdens het rijden sterk ten goede komt.
Maar kijk je naar achteren, dan begint de ellende. De gigantische middentunnel (die de langste waterstoftank herbergt) splijt de auto in tweeën. Hierdoor is de Mirai in de praktijk een strikte vierzitter; de middelste plek op de achterbank is voor een volwassene volstrekt onbruikbaar. Bovendien vreet de accupakket/tank-combinatie onder de bank hoofdruimte weg, waardoor passagiers langer dan 1,85 meter steevast met hun kruin tegen de dakhemel schuren.
De genadeklap voor het praktische nut wordt uitgedeeld in de kofferbak. Een auto van 4,97 meter lang moet probleemloos de vakantiebagage van een gezin kunnen slikken. De Mirai blijft steken op een lachwekkende 321 liter. Een Volkswagen Polo uit het B-segment doet het nauwelijks slechter. Een kinderwagen of een golftas past er simpelweg niet in zonder frustratie. En omdat er een zware waterstoftank dwars achter de stoelen ligt, is het neerklappen van de achterbank onmogelijk. Een trekhaak voor een fietsendrager is eveneens uitgesloten, wat deze enorme bolide degradeert tot een uiterst onpraktische boodschappenauto.
Uitvoeringen en Technologie: Kleine schermen, schone lucht
Toyota levert de Mirai steevast zeer compleet af. Voor modeljaar 2026 is het Toyota Safety Sense 3.0-pakket standaard. De adaptieve cruise control en de lane-keeping assist werken subtiel en adequaat. Toch merk je in de cabine dat het ontwerp uit 2020 stamt. Het 12,3-inch infotainmentscherm is weliswaar geüpdatet naar de nieuwste software en ondersteunt draadloze Apple CarPlay, maar het voelt qua resolutie en reactiesnelheid bedaagd aan als je het vergelijkt met de gigantische schermen in een moderne Nio of Tesla.
Een volstrekt unieke technologische troef van de Mirai is zijn luchtzuiveringssysteem. Omdat de brandstofcel uiterst zuivere zuurstof vereist, zuigt de auto lucht aan via een geavanceerd filtersysteem. Dit systeem filtert PM2.5-fijnstof en andere microscopische verontreinigingen uit de omgevingslucht. Terwijl je rijdt, reinig je letterlijk de lucht om je heen. Het infotainmentsysteem toont zelfs trots een teller met het aantal liters lucht dat je voor je medemens hebt gezuiverd. Een prachtige, maar helaas peperdure, druppel op een gloeiende plaat.
Geld (TCO) en Problemen: De waanzin van 25 euro per kilo
Als we de rekenmachine erbij pakken, bloedt de waterstofdroom van de Mirai in 2026 definitief dood. De operationele kosten zijn tot mythische proporties gestegen. Waar je enkele jaren geleden nog voor circa € 10,- per kilo kon tanken, is de prijs aan de waterstofpomp geëxplodeerd naar € 22,- tot in sommige regio’s zelfs € 25,- per kilo. Een rekensom is snel gemaakt: de 5,6 kilo tank volgooien kost je ruim € 120,-.
Koppelen we dat aan het praktijkverbruik, dan kost 100 kilometer rijden in een Mirai je simpelweg € 25,- aan pure brandstofkosten. Ter vergelijk: een Tesla Model 3 die je thuis aan je eigen wallbox oplaadt, kost je circa € 6,- per 100 kilometer. Zelfs een dorstige benzineslurper in dit segment, mits je niet te zwaar op het gas trapt, is met € 14,- per 100 kilometer goedkoper.
Daar stopt de financiële pijn niet. Omdat de overheid waterstof (FCEV) fiscaal gelijk is gaan behandelen als zware elektrische auto’s in de motorrijtuigenbelasting, valt de 1.900 kilo zware Mirai in een fors MRB-tarief. Wat betreft de restwaarde: de markt voor tweedehands waterstofauto’s is morsdood. Handelaren weigeren ze in te ruilen omdat ze onverkoopbaar blijken, wat leidt tot een ongekende waardeverdamping. Wie een occasion koopt, heeft wel de zekerheid van Toyota’s lange garantieprogramma (tot 10 jaar, mits in onderhoud bij de dealer), maar de technologie zelf is nagenoeg kogelvrij. Het is niet de techniek die stuk gaat, het is je portemonnee.
Concurrenten: De eenzame en zinloze strijd tegen de stekker
Het segment van de brandstofcelauto is anno 2026 gedecimeerd. De Hyundai Nexo rolt als enige directe FCEV-concurrent nog rond, maar is op het gebied van rijdynamiek en interieurkwaliteit inmiddels hopeloos verouderd ten opzichte van de Toyota. De werkelijke concurrentie komt uiteraard uit de hoek van de luxe BEV’s.
Model | Startprijs (Occasion 2026) | Aandrijving | Actieradius (Praktijk) | Brandstof TCO / 100km |
Toyota Mirai (Executive) | ca. € 22.000 | FCEV (Waterstof) | 420 – 500 km | ca. € 25,00 |
Tesla Model S (Long Range) | ca. € 45.000 | BEV (Stekker) | 550 – 600 km | ca. € 6,00 – € 10,00 |
BMW i5 (eDrive40) | ca. € 50.000 | BEV (Stekker) | 450 – 480 km | ca. € 7,00 – € 11,00 |
Mercedes EQE (350+) | ca. € 48.000 | BEV (Stekker) | 580 – 620 km | ca. € 6,50 – € 10,50 |
Een blik op de tabel vertelt het pijnlijke verhaal. Hoewel een gebruikte Mirai in aanschaf tienduizenden euro’s goedkoper is dan een jonge Mercedes EQE of BMW i5, brand je die besparing binnen enkele jaren volledig op door de extreme waterstofkosten. De Duitse concurrenten bieden bovendien aanzienlijk meer kofferbakruimte, vergelijkbaar comfort en de absolute vrijheid om de auto aan elke willekeurige laadpaal in Europa in te pluggen.
Plus- en minpunten:
- ✅ Subliem veercomfort: Het onderstel leent zijn genen van Lexus en strijkt slecht asfalt met buitenaardse rust glad.
- ✅ Exclusiviteit: Je rijdt in een rijdend stukje ingenieurskunst; de zeldzaamheid maakt het een unieke verschijning op de Nederlandse snelweg.
- ✅ Luchtzuivering: De brandstofcel eist extreem schone lucht, waardoor het PM2.5-filter de omgevingslucht tijdens het rijden daadwerkelijk reinigt.
- ❌ Failliete TCO: Met brandstofkosten van ruim € 25,- per 100 kilometer is dit in de exploitatie de duurste personenauto op de markt.
- ❌ Infrastructuur-angst: Met slechts een handjevol storingsgevoelige tankstations in Nederland ben je altijd en overal bezig met je logistieke planning.
- ❌ Ruimte-aanbod: De schandalig kleine kofferbak van 321 liter en de afwezigheid van een neerklapbare achterbank maken hem volstrekt ongeschikt als gezinsauto.
Eindoordeel: Een ingenieus standbeeld voor een verloren oorlog
De Toyota Mirai (2026) is in essentie een van de best gebouwde en meest indrukwekkende automobielen van het afgelopen decennium. De manier waarop de techniek in alle stilte en souplesse zijn werk doet, dwingt diep respect af. Maar hoe briljant een product ook in elkaar steekt, zonder de randvoorwaarden sterft het op de tekentafel. De kille, pragmatische realiteit is dat waterstof de oorlog om de personenauto definitief en onherroepelijk verloren heeft.
Ben je een CEO van een groen energiebedrijf met een onbeperkt budget en een eigen waterstofpomp op het bedrijfsterrein? Dan is de Mirai een magistraal visitekaartje. Voor elke andere Nederlander is de aankoop van deze auto – hoe verleidelijk de occasionprijzen inmiddels ook zijn – een beslissing die grenst aan masochisme. Je zadelt jezelf op met een onbruikbare kofferbak, angstaanjagende brandstofrekeningen en een constante vrees voor een defect vulstation. Laat dit majestueuze slagschip over aan het museum van grootse, gefaalde concepten en koop voor dat geld simpelweg een verstandige, tweedehands BEV.




















































