Het is 2026. De Nederlandse wegen worden gedomineerd door zoemende Tesla’s, steriele ID-modellen en inwisselbare Chinese crossovers. De verbrandingsmotor is door de politiek in het verdomhoekje gezet en de autoliefhebber wordt geacht zijn passie in te ruilen voor een stekker. En precies in dit steriele landschap parkeert Ford de nieuwe Mustang. Geen hybride, geen driecilinder met turbo’s, maar een atmosferische 5.0 liter V8.
Het starten van deze auto op een vroege ochtend in een Nederlandse vinex-wijk voelt als een daad van verzet. De buren, die net hun warmtepomp hebben gecheckt, schrikken wakker van een rauwe, mechanische blaf uit vier uitlaten. Deze auto hoort hier eigenlijk niet meer. Hij is politiek incorrect, luidruchtig en – door de Nederlandse BPM – krankzinnig duur. Maar als ingenieur kan ik niet anders dan een diepe buiging maken voor Ford. Dat ze het lef hebben om dit icoon nog steeds te bouwen, is bewonderenswaardig. Maar is het ook slim om hem te kopen?
Scherper, digitaaler, maar nog steeds een hooligan
De zevende generatie Mustang (S650) is een evolutie van een icoon. Hij kijkt bozer uit zijn koplampen en de achterkant is strakker getrokken met die kenmerkende driedelige achterlichten. Het ziet eruit alsof de auto naar de sportschool is geweest en anabolen heeft geslikt. Waar de vorige generatie nog wel eens ‘zacht’ oogde, is dit een en al agressie, zeker in de ‘Dark Horse’ uitvoering die meer gericht is op het circuit.

Binnenin heeft de moderniteit helaas ook toegeslagen in de vorm van schermen. Het instrumentarium en het infotainmentscherm zijn samengesmolten tot één groot paneel. Het ziet er gelikt uit en de software (gebaseerd op game-engine Unreal Engine) tovert prachtige graphics tevoorschijn, maar het haalt wel een beetje de retro-charme weg die de Mustang zo typeerde. Gelukkig is er nog steeds één anker naar het verleden: de handrem. Of althans, dat lijkt zo. Het is een elektronische handrem die eruitziet en voelt als een mechanische pook, speciaal ontwikkeld om de auto makkelijker in een drift te gooien. Een totaal nutteloze feature op de A2, maar wel eentje die laat zien dat de ingenieurs bij Ford humor hebben.
De zwanenzang van de V8
Rijden in de Mustang is een ervaring die in 2026 zeldzaam is geworden. Er zijn geen turbo’s die het geluid dempen of zorgen voor vertraging. U trapt het gas in en de ‘Coyote’ V8 reageert direct. Het geluid is verslavend; een diepe roffel die overgaat in een huilend crescendo als u de toerenbegrenzer opzoekt. Met 450 tot 500 pk (afhankelijk van de versie) is hij snel, maar niet op de misselijkmakende manier van een elektrische auto. Het is een opbouwende kracht, een mechanisch samenspel van zuigers en kleppen dat u voelt in uw ruggengraat.
Het weggedrag is verrassend competent. De tijden dat een Mustang alleen maar rechtdoor kon, liggen al lang achter ons. Hij stuurt scherp en de ophanging communiceert goed wat de wielen doen. Toch blijft u voelen dat het een zware, grote auto is. Op een smal dijkje is hij intimiderend breed. De optionele tientrapsautomaat doet zijn werk prima, maar als u echt purist bent – en als u deze auto koopt, bent u dat – dan moet u eigenlijk de handgeschakelde zesbak nemen. Zelf schakelen in een V8 in 2026; het voelt als het draaien van een vinylplaat in het Spotify-tijdperk.
Fiscale harakiri in Nederland
En dan nu de koude douche. In de Verenigde Staten is de Mustang de sportauto voor de gewone man, een bereikbare droom. In België en Duitsland is het een dure, maar haalbare liefhebbersauto. Maar in Nederland is de aanschaf van een nieuwe Mustang V8 financiële zelfmoord.
De boosdoener heet BPM. Omdat de 5.0 V8 een stevige hoeveelheid CO2 uitstoot, slaat de belastingtabel genadeloos toe. De overheid ziet deze auto als een milieudelict. De BPM-aanslag alleen al is hoger dan de netto fabrieksprijs van de auto. Hierdoor schiet de prijs in de Nederlandse showroom lachend over de 150.000 of zelfs 170.000 euro heen. U betaalt in feite twee Mustangs: één voor uzelf en één voor de staatskas.
Daarnaast is er het verbruik. Reken op 1 op 8 als u rustig rijdt, en 1 op 4 als u geniet. Met de huidige benzineprijzen is elke tankbeurt een kleine hypotheekaanvraag. De wegenbelasting valt relatief mee vergeleken met zware elektrische SUV’s, omdat de Mustang ondanks zijn zware motor lichter is dan een accu-auto, maar dat is een schrale troost.
Het elektrische alternatief: Mach-E
Natuurlijk zal de verkoper u wijzen op de Mustang Mach-E. Die is elektrisch, snel en – in verhouding – betaalbaar. Maar laten we eerlijk zijn: dat is een prima crossover, maar geen Mustang. Het mist de ziel, de trillingen en het drama. De Mach-E koopt u met uw hoofd, de V8 koopt u met uw hart (en een enorme zak geld).
Conclusie
De Ford Mustang V8 is in 2026 een held. Het is een monument voor de verbrandingsmotor, een laatste vreugdekreet voordat de stilte definitief invalt. Hij is imperfect, luid en dorstig, en dat maakt hem geweldig.
Maar in Nederland is het een tragische held. Door ons belastingstelsel is deze ‘volkssportwagen’ veranderd in een speeltje voor de multimiljonair die lak heeft aan alles. Als u het geld heeft en de moed om de boze blikken van de milieulobby te trotseren: koop hem. Koester hem. Want dit komt nooit meer terug. Voor alle anderen is het advies simpel: verhuis naar België, of geniet van het geluid als er toevallig eentje voorbijrijdt.
Eindcijfer: 9/10 (Emotie) | 1/10 (Prijs in NL)