Het is 2026 en ik sta op een winderige parkeerplaats in Zeeland. Voor me staat de Polestar 4, de auto die bij zijn lancering meer tongen losmaakte dan welke EV dan ook. Niet vanwege zijn accu, niet vanwege zijn snelheid, maar vanwege dat ene ontbrekende onderdeel: de achterruit. Polestar noemt het een “design-revolutie” om meer hoofdruimte te creëren in een coupé-lijn. Critici noemden het een gevaarlijke gimmick.
Nu, anderhalf jaar na de introductie, is de storm gaan liggen en kunnen we nuchter kijken. Is dit de “Goldilocks” auto van het merk? Hij landt precies tussen de inmiddels klassieke Polestar 2 en de dure, kolossale Polestar 3. Het is een SUV Coupé (een term waar ik normaal jeuk van krijg) die belooft de ruimte van een SUV te combineren met de rijdynamiek van een sportwagen.
Ik heb de sleutels van de Long Range Dual Motor met het optionele Performance Pack. Dat betekent 544 pk, gouden remklauwen en een onderstel dat door de Zweden is afgestemd op het circuit van Hällered. Maar hier, op de A58 richting Vlissingen, telt maar één ding: is die digitale binnenspiegel een zegen of een vloek in de regenachtige Nederlandse praktijk?
Onder de Huid: SEA-Platform, Geen Volvo-Kloon
Anders dan zijn broers staat de Polestar 4 op het SEA-platform (Sustainable Experience Architecture) van moederbedrijf Geely. Dit is dezelfde basis als de Zeekr 001 en de Volvo EX30, maar dan uitgerekt.
- De Accu: Een pakket van 100 kWh (94 kWh netto). Polestar belooft een WLTP-range van 580 km voor deze snelle versie.
- Laden: Hier wreekt de keuze voor het SEA-platform zich iets. Het is een 400-Volt systeem. De laadsnelheid piekt op 200 kW. Dat is netjes, maar de Porsche Macan en Hyundai Ioniq 6 (beide 800V) laden rondjes om je heen bij de snellader.
- Ophanging: De Dual Motor versie heeft standaard actieve ZF-dempers. De Single Motor (achterwielaandrijving) moet het doen met passieve stalen veren. Een belangrijk verschil voor de fijnproever.
De Nederlandse Praktijk
Ik stap in en kijk in de binnenspiegel. Of liever gezegd: naar een HD-scherm. Het beeld is haarscherp en de kijkhoek is veel breder dan bij een normale spiegel. Geen hoofdsteunen of C-stijlen die het zicht blokkeren. Maar dan rijd ik de Westerscheldetunnel in. Mijn ogen moeten zich telkens her-focussen. Normaal kijk je door een spiegel naar de verte (oneindig focuspunt). Nu kijk je naar een scherm op 30 centimeter afstand. Voor 50-plussers met een leesbril is dit een serieus dingetje. Het went, maar het blijft vermoeiender dan glas.
Qua rijden is de “4” echter een openbaring. Hij voelt lichter en speelser aan dan de zware Polestar 3. De 544 pk katapulteert je in 3,8 seconden naar de 100, maar het is de bochtsnelheid die indruk maakt. De auto ligt plat, breed en extreem stabiel. Op drempels is het Performance Pack wel aan de harde kant; je voelt elke klinker in de binnenstad. De “gewone” versie zonder de 22-inch wielen is voor Nederland waarschijnlijk de betere keuze.
Leven met de Polestar 4
Achterin zitten is een unieke ervaring. Doordat de achterruit ontbreekt, loopt de dakbalk (header rail) veel verder naar achteren door (achter de hoofden van de passagiers). Het resultaat? Een balzaal. Je hebt zeeën van beenruimte en – ondanks de aflopende daklijn – verrassend veel hoofdruimte. De achterbank is bovendien elektrisch verstelbaar. Het voelt als een Business Class cocon, sfeervol verlicht door het enorme panoramadak dat tot ver achter je kruin doorloopt.
Voorin draait alles op Google Automotive, dat nu op een horizontaal scherm wordt weergegeven (in tegenstelling tot het verticale scherm in de 3 en 2). Het werkt snel en intuïtief. De kofferbak is met 526 liter bruikbaar, maar ondiep. De tildrempel is hoog en door de vaste hoedenplank (nodig om de kofferbakruimte af te sluiten van de cabine) kun je minder makkelijk stapelen dan in een echte SUV. De frunk van 15 liter is een lachertje; je laadkabel past erin als je goed kunt vouwen, maar daar is alles mee gezegd.
Technische Specificaties
Specificatie | Polestar 4 LR Dual Motor (2026) |
Vermogen | 544 pk (400 kW) |
Koppel | 686 Nm |
0-100 km/u | 3,8 seconden |
Accu (Netto) | 94 kWh |
Range (WLTP) | 580 km |
Range (Mijn Test) | 425 km (Snelweg/Wind) |
Snelladen (DC) | Max 200 kW (10-80% in 30 min) |
Trekgewicht | 2.000 kg |
Kofferruimte | 526 liter |
Prijs (NL) | ca. € 72.500 |
Over het verbruik: in mijn testweek met veel wind en snelweg kwam ik uit op 22,5 kWh/100 km. Met 94 kWh netto betekent dat een reële range van ruim 400 kilometer. Dat is solide, maar de Single Motor versie (die efficiënter is) haalt makkelijk de 480-500 km.
De Concurrentie
- De Porsche Macan Electric is de dynamische benchmark. De Porsche stuurt nog scherper en laadt veel sneller (270 kW), maar is aanzienlijk duurder en krapper op de achterbank.
- De BMW i4 is de traditionele keuze. Rijdt fantastisch, heeft fysieke knoppen (iDrive controller!) en een normale achterruit. Maar de BMW is gebaseerd op een benzine-auto en biedt achterin veel minder ruimte dan de Polestar.
- De Zeekr 001 is de tweelingbroer. Hij staat op hetzelfde platform, heeft luchtvering (die de Polestar 4 mist) en is goedkoper. Maar de restwaarde en de software-stabiliteit van Polestar worden hoger ingeschat.
Wat viel mij op?
- ✅ Ruimte op de achterbank: Door het trucje met de achterruit zit je achterin vorstelijk. Dit is dé EV om met volwassenen op pad te gaan.
- ✅ Rijdynamiek: Hij voelt compacter en sportiever dan hij is. Een echte rijdersauto, zeker vergeleken met een SUV als de Audi Q6.
- ✅ Infotainment: Google werkt vlekkeloos en het horizontale scherm is prettig in gebruik.
- ❌ De Digitale Spiegel: In het donker en bij regen mist het diepte en contrast. Je ogen moeten te hard werken.
- ❌ 400 Volt: In deze prijsklasse (70k+) begint 200 kW laadsnelheid in 2026 “gemiddeld” te worden.
- ❌ Hard Onderstel: Het Performance Pack is leuk voor op het circuit, maar te stuiterig voor de A27.
Het Vonnis
De Polestar 4 is de meest complete auto die het merk tot nu toe heeft gemaakt. Hij combineert de looks van een coupé met de ruimte van een limousine. Het ontbreken van de achterruit is een gedurfde keuze die echt winst oplevert voor de achterpassagiers, maar het vraagt wel gewenning van de bestuurder.
Is het een dealbreaker? Nee. Na drie dagen weet je niet beter. Maar technisch gezien begint de 400V-architectuur zijn leeftijd te tonen ten opzichte van de nieuwste Porsches en Hyundai’s. Mijn advies: negeer de snelle Dual Motor. Koop de Long Range Single Motor. Die stuurt bijna net zo fijn (achterwielaandrijving!), komt 80 kilometer verder op een lading, is comfortabeler geveerd én bespaart je 7.000 euro.
Score: 8/10 Advies: De Single Motor is de “sweet spot”. De beste Polestar voor dagelijks gebruik, mits je kunt wennen aan het schermpje aan het plafond.


























